Celluloid

Celluloid is een klasse van verbindingen gemaakt van nitrocellulose en kamfer met toegevoegde kleurstoffen en andere middelen. Het materiaal wordt algemeen beschouwd als het eerste thermoplast, d.i. een plastic dat vervorming toelaat bij verwarming. Het wordt voor het eerst gemaakt als Parkesine in 1856 en als Xylonite in 1869. De registratie van het handelsmerk Celluloid dateert van in 1870 en in de loop der jaren zou het dus deze handelsnaam worden die zowat alle thermoplasten gaat aanduiden.

Het belangrijkste gebruik van celluloid is oorspronkelijk terug te vinden in de film en fotografie. Voor de introductie van acetaat in de jaren 1950 wordt hier namelijk uitsluitend celluloid gebruikt. Nochtans is de stof duur, want moeilijk te produceren. Bovendien is celluloid licht ontvlambaar en explodeert het bij temperaturen van meer dan 150° Celsius. Films van 8 of 16 mm, gebruikt voor recreatieve doeleinden, worden daarom in de meeste gevallen ook al van acetaat voorzien, voor de veiligheid.

Ivorine of Frans ivoor

Daarnaast komt celluloid al snel op het voorplan als vervanger van ivoor, hoorn en andere dure, dierlijke producten. Het krijgt er de bijnaam "ivorine" of "Franse ivoor" van en blijkt handig voor de productie van goedkopere sieraden, juwelenkisten en haaraccessoires. Hiervoor wordt in Frankrijk dus een nieuwe vorm van gestreepte celluloid ontwikkeld, waarbij de lijnen de stof op ivoor laten lijken. De variant wordt bijvoorbeeld gebruikt in kaptafels en toebehoren, poppen, fotolijsten, bedels, hoedenspelden, riemen, knopen, bestek en andere keukenartikelen; maar ook in muziekinstrumenten en pennen. Vandaag de dag zijn dit verzamelobjecten geworden, die nog maar moeilijk in goede staat terug te vinden zijn. Bakeliet en Catalin weten celluloid hier relatief snel te vervangen. Tot 2014 worden er wel nog tafeltennisballen van celluloid gemaakt. 

Soortgelijk is het materiaal ook in de meubelindustrie en tijdlang populair. Het wordt er gebruikt op een vergelijkbare manier als fineer, en wordt bedrukt om het de look van duurdere houtsoorten of stenen zoals marmer en graniet te geven. Klokkenmakers stelt het dan weer in staat om de typische Victoriaanse pendule met zwarte, marmeren kast en ornamenten uit halfedelstenen na te bootsen.

Zo groot het toepassingsgebied van celluloid eens was, zo beperkt is het nu. Muziekinstrumenten doen er wel nog steeds een gouden zaak mee, met name gitaren en accordeons. Celluloid is dan ook zeer robuust en gemakkelijk in moeilijke vormen te buigen. Bovendien levert het uitstekende akoestische prestaties als afdekking van houten kozijnen, omdat het de natuurlijke houtporiën niet blokkeert. Instrumenten bedekt met celluloid zijn overigens gemakkelijk te herkennen aan het typische, parelmoer-achtige, vlammende patroon. Dikke celluloid panelen worden hiervoor au bain-marie gekookt, waardoor ze in een leerachtige substantie veranderen. Vervolgens worden ze op een mal gedraaid, waar ze tot 3 maanden moeten uitharden.

Lees verder over celluloid naaigerei in het Blog van Zilver.nl:

Meten is weten, zilveren centimeterhouders en meer

Bekijk ook:

Antiek zilver