Neo-stijl of ‘de lelijke stijl’

verwijst naar de volgens velen wat kitscherige stijl waarin gotische en barokke elementen uit het verleden terugkomen. In een neo-stijl ontwerp werden oude elementen opgenomen in een modern ontwerp. Het resultaat was niet zelden opvallend, en een ander woord om deze stijl mee te typeren is dan ook 'eclectisch’; een woord dat nu vaak gebruikt wordt als synoniem van 'gedurfd'.

De Neo-stijl in de bouwkunst begon halverwege de 19e eeuw. De ‘toegepaste kunst’ van onder andere de edelsmeden volgde niet veel later. De stijl uitte zich in de zilversmeedkunst vooral in het industrieel vervaardigen van decoratieve voorwerpen. Niet alles werd meer handgemaakt, er werden delen van het proces door machines uitgevoerd. Creaties waren niet altijd meer uniek maar verschenen in series. 

Tijdens de opkomst van de Neo-stijl was er veel kritiek. In de loop der tijd is het negatieve imago van het stijlbegrip ‘neo’ veranderd en kreeg het begrip zijn nieuwe, veelgelaagde betekenis waarin de manier waarop ontwerpers bestaande stijlen combineerden tot iets geheel nieuws uiteindelijk waardering krijgt. Toch is de uitdrukking "de Lelijke tijd" voor deze stroming nog een bekende aanduiding, die zelfs in het Rijksmuseum gebruikt wordt.