De Noordelijke Nederlanden (Zeven Provinciën)

Onder de Noordelijke Nederlanden wordt officieel de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden verstaan (de Verenigde Provinciën van Nederland, Verenigde Provinciën, Zeven Provinciën) of kortweg de Nederlandse Republiek. Deze federale republiek is de eerste onafhankelijke Nederlandse natiestaat, actief vanaf de Nederlandse Opstand van 1581 tot aan de Bataafse Revolutie van 1795. 

De Noordelijke Nederlanden ontstaan uit de Nederlandse opstand tegen hun Spaanse heersers. Verschillende provincies, waaronder de Spaanse Nederlanden, onderschrijven hiervoor in 1579 de Unie van Utrecht. Met de Akte van Verlatinghe (Plakkaat van Verlatinghe) verklaren ze hun onafhankelijkheid in 1581. Daarvoor zijn de Lage Landen (grofweg het huidige Nederland, België en Luxemburg) eigenlijk nog steeds een soort feodale verzameling van hertogdommen, graafschappen en het prinsbisdom Luik. Behalve het Graafschap Vlaanderen (dat merendeels tot Frankrijk behoort) worden ze geregeerd door het Heilige Roomse Rijk (HRR) en met name de huizen van Bourgondië en (later) Habsburg. Pas in 1549 zal Karel V dit lappendeken verenigen in de Pragmatische Sanctie, waarbij (o.a.) de 7 provinciën verenigd onder zijn bestuur komen.

Karel V wordt opgevolgd door de Spaanse koning, Filips II, die de belastingdruk op de Provinciën sterk verhoogt in een poging om meer macht te centraliseren. Bovendien vervolgt hij de Nederlandse protestanten op gruwelijke wijze (Spaanse Inquisitie). Het volk komt in opstand met Willem I van Oranje als leider en start zo de Tachtigjarige Oorlog. Tussen 1572 en 1579 is het eerste resultaat echter de Spaanse Furie (Spaanse Woede), waarbij de opstand gruwelijk mislukt met vernietigende gevolgen voor vele Nederlandse steden.

Twee jaar later is het Plakkaat van Verlatinghe dan niet alleen de start van een onafhankelijk Nederland, maar ook van het Nederlands kolonialisme, aangezien de Lage Landen als onafhankelijken enige Spaanse en Portugese kolonies weten weg te kapen. Wanneer de regio na de moord op Willem I in een machtsvacuüm terechtkomt, mislukt vervolgens een poging om de provinciën om te vormen tot een protectoraat van Engeland. In 1588 worden de provincies dan maar een confederatie, en het zal nog duren tot aan de Vrede van Westfalen, in 1648, vooraleer ook Spanje de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën erkent. 

In de Republiek worden de verschillende partners geregeerd door stadhouders, meestal van Oranje, die een hoge mate van onafhankelijkheid behouden ten aanzien van het federale gezag, de Staten-Generaal. Slechts 20% van het grondgebied (de generaliteitslanden gelegen buiten de provinciën) worden door het federaal gezag bestuurd. De Republiek is verder klein (1,5 miljoen inwoners), maar fijn. De provinciën beheersen de wereldzeeën en hun vele, lucratieve handelsroutes. Via ondertussen roemruchte handelsmaatschappijen zoals de VOC en GWC wordt een groots koloniaal rijk gevormd, waarvan de opbrengsten de Republiek toestaan om de grootste Europese legers te beconcurreren. Op het toppunt van zijn macht is de Nederlandse vloot groter dan die van de historische grootmachten Frankrijk en Engeland samen. 

De welvaart leidt bovendien tot een hoogbloei van welzijn, met name dankzij de bekende (religieuze) tolerantie en vrijdenkersschap van de Republiek, waarvan de mentaliteit schril afsteekt tegen die van contemporaine staten. De Nederlandse kunsten en wetenschappen kunnen hierdoor grenzeloos floreren en verwerven dan ook wereldwijde faam. De periode gaat daarom de boeken in als de Nederlandse "Gouden Eeuw".

De federale structuur met onafhankelijke stadhouders zou uiteindelijk echter wel de doodsteek van de Republiek betekenen. Terwijl Orangisten de macht van de stadhouder willen vergroten, willen Republikeinen hem verkleinen. De tweespalt holt de staatsstructuur langzaam uit, zeker wanneer de functie van stadhouder van langsom meer "erfelijk" lijkt te worden. Ondertussen slaan internationale conflicten -- meestal oog in oog met de Franse veroveringsdrang -- grote gaten in de staatskas en wordt de koloniale handelsconcurrentie met Frankrijk en Engeland langzaamaan moordend. In 1795 gaat de Nederlandse Republiek zo definitief ten onder in de Bataafse Revolutie, waarbij weggejaagde, Frans geïnspireerde republikeinen als het ware een laatste keer (weder)wraak nemen op de Oranje stadhouders.