Wie vandaag een zilveren nootmuskaatraspdoosje in handen krijgt, houdt meer vast dan een gebruiksvoorwerp. Het is een tastbare herinnering aan een tijd waarin geur, smaak en specerijen luxe waren – en zilver een vanzelfsprekend onderdeel van het dagelijks leven van de welgestelde burger.
In de zestiende eeuw ontdekten de Portugezen op de Molukken de waarde van muskaatnoten. Al snel werd duidelijk dat deze geurige noot meer waard was dan menig edelmetaal. Na de verovering van de Molukken verkreeg de Verenigde Oostindische Compagnie het monopolie op de handel in nootmuskaat, foelie en kruidnagel.
De handel in muskaatnoten werd streng bewaakt; smokkel werd zwaar bestraft. In Europa groeide de muskaatnoot uit tot een statussymbool – wie muskaat gebruikte, liet zien dat hij zich luxe kon permitteren.

Nootmuskaat is afkomstig van de Myristica fragrans, een boom die groeit in warme, regenachtige kustgebieden. Het woord nootmuskaat stamt uit het Latijn: nuces moschatae – letterlijk: naar muskus geurende noten.
De noot werd vers geraspt over groenten als bloemkool, sperziebonen, spruitjes en asperges, maar ook gebruikt in warme dranken zoals grog en punch. In een tijd zonder koelkasten was geur minstens zo belangrijk als smaak: verse nootmuskaat kon een maaltijd letterlijk en figuurlijk nieuw leven inblazen.
Wie muskaat wilde gebruiken, had een rasp nodig. En wie stijl had, liet die niet los in de keuken slingeren. Zo ontstond het nootmuskaatraspdoosje: compact, elegant en praktisch.
De muskaatnoot werd in het doosje bewaard en ter plekke geraspt. Het raspgedeelte is vrijwel altijd van ijzer of staal – zilver is daarvoor te zacht. Dat samenspel van materialen vertelt veel over het vakmanschap van de zilversmid, die esthetiek en functionaliteit perfect wist te combineren.
Deze doosjes werden vaak meegenomen op reis. In herbergen en logementen kon men zo toch genieten van een vertrouwde geur en smaak. Het zijn objecten die letterlijk met hun eigenaar meereisden, soms een leven lang.
Zilveren nootmuskaatraspdoosjes zijn al bekend vanaf de 17e eeuw en verschijnen zelfs op stillevens en genre-schilderijen uit die tijd.
Uit de 18e eeuw zijn ze zeldzamer, maar vanaf de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw komen we ze vaker tegen. De groeiende burgerij, verbeterde zilverproductie en veranderende eetgewoonten zorgden voor een grotere verspreiding.
De vormen zijn verrassend gevarieerd:
doosjes met een verborgen rasp onder een schuif- of klapdeksel
doosjes met de rasp aan de bovenzijde
exemplaren met een strooidop
doosjes met een losse stalen rasp
Elk type vertelt iets over mode, gebruik en techniek in zijn tijd.
Naast de gangbare modellen zijn er ook fantasierijke uitvoeringen: nootmuskaatraspdoosjes in de vorm van een vaasje, een urn of zelfs miniatuurvaatwerk. Bijvoorbeeld doosjes waarbij de rasp verborgen zit achter een langwerpige deksel:

Of doosjes met de rasp aan de bovenzijde, doosjes met een strooidop aan de bovenzijde en doosjes waar de stalen rasp los in zit.

Zilveren nootmuskaatrapsdoosje gemaakt in 1837 of 1848 in Nederland, Collectie Zilver.nl
Er zijn ook nootmuskaatraspdoosjes in bijzondere vormen zoals in de vorm van een vaasje, zoals deze rasp gemaakt door Gerrit van der Dussen uit Schoonhoven tussen 1912 en 1921.


Het zilveren nootmuskaatraspdoosje staat op het snijvlak van wereldhandel, koloniale geschiedenis, eetgewoonten en zilverambacht. Het is een object dat nauwelijks opvalt in een vitrine, maar dat bij nader inzien een compleet tijdsbeeld onthult.
Wie zo’n doosje vandaag verzamelt, verzamelt niet alleen zilver, maar ook verhalen – van verre reizen, zorgvuldig gedekte tafels en een tijd waarin smaak letterlijk werd gekoesterd.
Bron: Wikipedia
Bekijk ook onze collectie: