Delen

Baghen

De naam bague of bagge, die in oude juwelen inventarissen ook voorkomt in een verkleinvorm Baechgen en onder ander gebruikt werd voor de juwelen in het haar, lijkt op het moderne Franse woord voor ring. Maar Roemer Visscher schreef omstreeks 1600 al: 'Hij schoont zijn amailleerde baghen en gouden ringen" hieruit blijkt dat in die tijd in Holland een bague wel geëmailleerd kon zijn maat in ieder geval geen ring was. Er werd waarschijnlijk een juweel in het algemeen bedoeld.

Hendrik Laurensz. Spiegel (1549-1612), één van de belangrijkste Amsterdamse schrijvers uit de tweede helft van de 16e eeuw, bedoelde met een 'baggenschat' een verzameling kostbaarheden. En in de inventaris van bisschop Philips van Bourgondië uit 1524 is sprake van een 'bagge ofte cleynoit'. Een opmerking in een inventaris uit 1647: "een juweel sijnde een baghe" wijst al op een speciale juweelvorm en ook uit enkele gedichten uit die tijd kan worden opgemaakt dat het vrijwel altijd om een hangerachtig juweel ging, ook al hing dat dan niet altijd aan een ketting, maar was het, zoals bij Maria van Voorst, op de kleding bevestigd. Vondel vroeg zich bijvoorbeeld af: "Wie zagh om Koninglijcken Hals oit kostelijcker bagh?" en Jacob Cats vertelde: "Hij seyt wat kleet zij dragen moet, wat peerels haar geleken, Wat ketens om den hals, wat baggen op de mou."

Toch ontstond er blijkbaar al vroeg enige verwarring, want in 1581 werd in het testament van Charlotte de Bourbon een onderscheid gemaakt tussen 'bagues pendre' (om te hangen) en 'bagues pour mettre au doigts' (om aan de vinger te steken), een toelichting die zelfs in 1641 nog moest worden gegeven bij een door prins Willem II geschonken ring. De benaming was 'via bacca' een verbastering van het Italiaanse vacca, dat rund betekent. In de vroege Italiaanse Renaissance werden juwelen vaak bewaard in koffers van rundleer, die klaar stonden om in tijd van nood direct te kunnen meenemen. De inhoud van zo'n koffer werd internationaal al spoedig 'en forme de bague' genoemd en hieruit ontstond de juweelbenaming.

Dat het uiteindelijk nog uitsluitend om hangers ging blijkt onder andere uit een Amsterdamse veilingcatalogus van 1801, waarin oorhangers worden beschreven als 'goude baggen met gesleepen granaat', terwijl andere juwelen die benaming gelijktijdig niet krijgen. In een 18e-eeuwse Alkmaarse inboedelinventaris vond ik bovendien de benaming baggen voor druppelvormige, gekleurde pegels aan kristallen kroonluchters. Tegenwoordig wordt 'bague' in de Franse taal nog uitsluitend gebruikt voor ring, maar etymologisch is het natuurlijk interessant dat ons woord bagage en het Engelse bag en badge dezelfde oorsprong hebben.

Lees ook het Blog:

Baghen en carcanten door Martijn Akkerman

Bekijk ook de collectie van Zilver.nl:

Sieraden

Antieke sieraden