Victoriaanse tijd


In het Verenigd Koninkrijk valt de Victoriaanse tijd grofweg samen met het bewind van Queen Victoria, tussen 1837 en 1901. Het is er de opvolger van de Georgische periode (King George) en de voorganger van de Edwardiaanse periode (King Edward). Op het continent overlapt de latere Victoriaanse tijd met de Belle Époque.

Tijdens de Victoriaanse tijd kent het British Empire een hoogbloei. Het Verenigd Koninkrijk wordt hier het grootste imperium ooit en de Britse overmacht op zee zorgt voor de befaamde Pax Britannica, die een enorme handelsbloei toelaat. Opgeteld met sterk verbeterde communicatietechnologieën en een sterke industriële bloei (met name in textiel en machines) stijgt het jaarlijks inkomen per Brit in deze periode met zowat de helft -- een weinig geziene welvaartsstijging in de economiegeschiedenis. In het binnenland is er sociale rust en in het buitenland zwijgen de kanonnen meestal, de Krim oorlog (1854/56) niet te nagesproken. De periode is wat dat betreft te vergelijken met de Nederlandse Gouden Eeuw -- men spreekt hier van de "Golden Years".

Politiek gezien willen de Victorianen de technische vooruitgang vertalen in maatschappelijke en individuele verbetering. Symbolisch is de goedkeuring van de Hervormingswet (1832), waarmee het tijdperk zich in gang zet. Doorgaans worden 3 motoren van dit verlangen aangeduid: de opkomst van de middenklassen, spirituele hervormingen (waarbij non-conformistische religies op de voorgrond treden) en de opkomst van het (filosofisch en politiek) utilitarisme.

Door hun snelle groei weet de Engelse middenklasse in deze periode de hegemonie van de aristocratie te doorbreken. Aangezien hun welvaart nauw samenhangt met hun betrouwbaarheid als ondernemer, installeert deze beweging een golf van respectabiliteit doorheen het land, eentje die het ethisch kompas van de natie sterk zal wijzigen. De bekende historicus Perkin stelt zelfs dat Engeland tussen 1780 en 1850 compleet verandert in zijn eigen antithese. Van brutale, bloeddorstige, agressieve en grofgebekte oproerkraaiers wordt het Engelse volk het stereotype dat we vandaag de dag kennen: teder, beleefd, orderlijk, preuts, (seksueel) bekrompen en hypocriet. No sex, please, we're British. 

De spirituele omslag komt vooral van de evangelische takken binnen de Church of England, zoals het christendom en de methodisten. Ze verstevigen waarden zoals liefdadigheid, verantwoordelijkheidszin, discipline en zelfonderzoek. De bewegingen blinken uit in agitatie en propaganda. Zo weten ze grote delen van de bevolking te overtuigen en de afkeer voor wangedrag en sociaal kwaad te internaliseren in de geesten van hun volgers. Deze groeperingen zijn ook een voorname motor van de Abolishment beweging, die de slavernij zal afschaffen.

Filosofisch treedt het utilitarisme, met name via Bentham en vader en zoon Mill, op de voorgrond om een politiek exponent te vinden in Edwin Chadwick.

Aangezien het utilitarisme zijn verantwoordelijkheidszin deelt met de evangelisten en middenklasseondernemers ontstaat in de ontmoeting van deze verschillende krachten een te duchten volksbeweging met een aanzienlijke politieke macht. Hoewel de pragmatische en wetenschappelijke Chadwick ook wel botst met de mystieke evangelisten en de romantische middenklassers (die zich nog volop verzetten tegen het doorgedreven rationalisme van King George); leidt deze massabeweging een doorgedreven liberalisering in die zowat elke samenlevingssfeer penetreert. Politiek leidt dit bijvoorbeeld tot de introductie van de parlementaire democratie en de oprichting van de Labour Partij, naar het einde van het tijdperk toe.

Sociaal gezien worden de pijlen ondertussen vooral gericht op de afschaffing van de slavernij en van vrouwen- en kinderuitbuiting. Aangezien met de bevolking ook de misdaad ongezien stijgt, gaat er verder nog veel aandacht naar politiehervormingen, die de onwaarschijnlijke dynamiek van de periode echter amper kunnen bijhouden.

Deze en andere schaduwkanten van het Victoriaans vooruitgangsoptimisme zetten in de loop van de eeuw de deur open voor tegenbewegingen zoals het decadente fin de siècle, het sociaal darwinisme en het Nietzscheaans nihilisme. Als symbolisch einde van de periode wordt dan ook meestal de Eerste Wereldoorlog (1914/18) aangeduid, één van de grootste catastrofe in de wereldgeschiedenis. Het cataclysme omhelst niets minder dan de totale omkering en instorting van het technologisch vooruitgangsdenken dat de Victoriaanse tijd definieert.