De Zuidelijke Nederlanden

Historici bedoelen met de Zuidelijke Nederlanden (Zuid-Nederland, Katholiek Nederland) het deel van de Lage Landen dat tot het Heilige Roomse Rijk (962-1806) behoorde. Het wordt grotendeels beheerd door Spanje (Spaanse Nederlanden, 1556-1714) en Oostenrijk (Oostenrijkse Nederlanden, 1714/94). Hierdoor bekleedt vooral het Huis van Habsburg (dat Spanje en Oostenrijk regeert) een centrale machtspositie in het gebied. Daarnaast omvat Zuid-Nederland ook nog het prinsbisdom Luik, de graafschappen Bouillon en Herne, de keizerlijke abdij Stavelot-Malmedy en de prinselijke abdij Thorn, waar andere gezaghebbers heersen. In 1794 wordt de regio geannexeerd door Frankrijk (tot in 1815) en houden de Zuidelijke Nederlanden als dusdanig op met bestaan.

Tegenwoordig vallen de Zuidelijke Nederlanden min of meer samen met België en Luxemburg. Daarnaast omvat het delen van het huidige Duitsland en Nederland, zoals Opper-Gelderland en wat vandaag de dag Nederlands Limburg is. Ook Nord-Pas-de-Calais en Longwy (Noord-Frankrijk) zijn erbij, tot in 1678. 

Zuid-Nederland is een rijke regio en heeft als dusdanig veel gewicht voor de Habsburgers, die de streek daarom een aantal privilegies schenken. Zo is de lokale leiding in handen van kooplieden, die meteen ook de voornaamste motor van de plaatselijke welvaart zijn (koopvaardijeconomie). Habsburgse belastingverhogingen worden niet aanvaard en er heerst verzet tegen het Habsburgse strafrecht, met name waar het gaat over ketterij, een centrale misdaad voor het huis. Vanaf 1570 leidt dit in heel de Lage Landen tot een opstand tegen het Habsburgse gezag; maar waar de Noordelijke Nederlanden hun onafhankelijkheid weten te winnen in de Nederlandse Republiek, worden de zuidelijke Nederlanden grotendeels weer bezet door Spanje en meer bepaald Alexander Farnese, de hertog van Parma. Enkel Bouillon, Stavelot-Malmedy en Luik blijven onafhankelijk.

Koning Willem I

Het is dan wachten tot in 1714, op de Spaanse Successieoorlog, vooraleer de zuidelijke provincies weer in handen van de Habsburgers komen. Jozef II ondervindt er echter al snel dezelfde problemen als zijn voorvaders. In 1789/90 breekt opnieuw een grote opstand uit, deels gestuwd door Franse revolutionairen, die de regio in 1794 ook effectief aan Frankrijk verbinden. Aan het eind van de Franse Tijd, in 1815, zal Oostenrijk zijn verliezen ook officieel erkennen op het Congres van Wenen. De Zuidelijke Nederlanden worden nu bij de noordelijke provincies gevoegd onder koning Willem I van Oranje. Het zuidoosten van de provincie Luxemburg verkrijgt autonomie als het Groothertogdom Luxemburg, aangezien Nederland en Pruisen het niet eens geraken over het eigenaarschap.

Hoewel Willem I ook Groothertog van Luxemburg wordt, zal de droom van Oranje, de Verenigde Nederlanden, niet lang standhouden. In 1830 scheuren de zuidelijkste, rooms-katholieke delen zich af in het koninkrijk België. Een wettige grens tussen België en Nederland wordt uitgetekend in 1839, waarbij de autonomie van Luxemburg (officieus) erkend wordt en Oost-Limburg als de provincie Limburg (Nederlands Limburg) terugkeert naar Nederland. Pas in 1890, wanneer Wilhelmina van Nederland als vrouw de Luxemburgse macht niet kan erven, zullen ook Nederland en Luxemburg verschillende leiders krijgen -- hoewel de Luxemburgse groothertogen nog steeds Oranje afstammelingen zijn. 

Bekijk ook onze collectie:

Antiek zilver